Warmtepomp en warmtenet bestaan naast elkaar

Ook in wijken waar mogelijk een warmtenet wordt aangelegd, blijft de ISDE-subsidie voor warmtepompen voorlopig beschikbaar. Het kabinet neemt het advies van de Algemene Rekenkamer om de regeling in deze gebieden te beperken niet over. Volgens Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei, is de invloed van gesubsidieerde warmtepompen op de ontwikkeling van warmtenetten op dit moment nog beperkt. Daarbij spelen zowel de gebieden waar de huidige subsidie wordt gebruikt als het type warmtepomp een rol. Dat schrijft minister van Klimaat en Groene Groei, in de Kamerbrief over de Wet collectieve warmte van 6 juli 2026 (Kamerstuk 36 576, nr. 122).
Wat is een warmtenet?
Een warmtenet bestaat in de basis uit leidingen waardoor warm water naar woningen en andere gebouwen wordt vervoerd. Nadat het water zijn warmte heeft afgegeven, stroomt het op een lagere temperatuur terug naar de warmtebron.
Een warmtenet kan een volledige wijk bedienen, maar ook een kleiner gebied. Het systeem bestaat doorgaans uit:
- een of meer warmtebronnen;
- eventueel mogelijkheden om warmte op te slaan;
- leidingen en andere infrastructuur;
- aansluitingen in woningen en andere gebouwen.
De warmte kan bijvoorbeeld afkomstig zijn uit aquathermie, bodemenergie of restwarmte van onder andere industrie of datacenters.
Warmtenet of volledig elektrische warmtepomp: wat is het verschil?
Een warmtenet en een volledig elektrische warmtepomp kunnen beide een woning verwarmen zonder dat daarvoor in de woning aardgas nodig is. De manier waarop de warmte wordt geleverd, verschilt wel duidelijk.
Een warmtenet is een collectieve warmtevoorziening. Een volledig elektrische warmtepomp is meestal een individuele installatie bij of in de woning. Een hybride warmtepomp valt buiten deze vergelijking, omdat die normaal gesproken samenwerkt met een cv-ketel op gas.
Een woning aansluiten op een warmtenet
Bij een aansluiting op een warmtenet wordt de cv-ketel doorgaans niet meer gebruikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. In plaats daarvan komt er een afleverset. Deze installatie draagt de warmte uit het warmtenet over aan de verwarmingsinstallatie van de woning.
Bij veel aansluitingen blijven het water van het warmtenet en het water dat door de radiatoren of vloerverwarming stroomt van elkaar gescheiden. Dit gebeurt met een warmtewisselaar.
Het warmtebedrijf stelt de tarieven vast, maar moet daarbij onder de maximumtarieven blijven die de Autoriteit Consument & Markt jaarlijks bepaalt. De rekening bestaat meestal uit een bedrag voor de verbruikte warmte en verschillende vaste kosten. Hoe hoog de totale kosten zijn, verschilt per warmtenet, woning en warmteverbruik. Ook het tarief van de leverancier speelt daarbij een rol.
Een woning verwarmen met een warmtepomp
Met een volledig elektrische warmtepomp heb je doorgaans een eigen installatie bij de woning. Hiervoor is een investering nodig. Hoe die investering zich verhoudt tot de kosten van een warmtenetaansluiting, hangt af van de woning, de benodigde aanpassingen, beschikbare subsidies en het lokale warmteproject. Je kiest zelf je elektriciteitsleverancier en contractvorm. Heb je zonnepanelen, dan kan de warmtepomp een deel van de opgewekte stroom zelfs direct gebruiken.
Een energiemanagementsysteem, oftewel EMS, kan het elektriciteitsgebruik van een geschikte warmtepomp afstemmen op bijvoorbeeld de opbrengst van zonnepanelen, wisselende stroomprijzen en het gebruik van andere elektrische apparaten. Een EMS kan zo meer invloed geven op het moment waarop elektriciteit wordt gebruikt. Hoeveel voordeel dat oplevert, hangt af van de woning, de instellingen, het energiecontract en de mogelijkheden van de aangesloten apparatuur.
Doordat je zelf je installatie, energieleverancier en contractvorm kiest en de warmtepomp kunt combineren met zonnepanelen en slimme energiesturing, biedt een warmtepomp doorgaans meer flexibiliteit en regie over de eigen energievoorziening dan een aansluiting op een warmtenet.

Waarom blijft ISDE mogelijk in potentiële warmtenetwijken?
Een reden om warmtepompen in mogelijke warmtenetwijken niet direct van ISDE-subsidie uit te sluiten, is dat de subsidie op dit moment vooral wordt gebruikt in gebieden die niet gelden als typische collectieve warmtewijken.
De minister van Klimaat en Groene Groei schrijft in de kamerbrief:
Uit de ambtelijke verkenning blijkt dat het aantal warmtepompen in potentiële collectieve warmte wijken op dit moment beperkt is, maar de komende jaren naar verwachting toeneemt. De impact ervan op de totstandkoming van warmtenetten is vooralsnog beperkt, onder meer omdat de ISDE voor warmtepompen vooral wordt gebruikt in niet-stedelijke wijken, wat niet de doorsnee collectieve warmtewijken zijn.
Bron: Kamerbrief Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte), Kamerstuk 36 576, nr. 122, 6 juli 2026.
De woorden “naar verwachting” en “vooralsnog” zijn hierbij belangrijk. De toekomstige ontwikkeling van het aantal warmtepompen en de gevolgen daarvan voor warmtenetten staan nog niet vast.
Een tweede argument is dat ruim de helft van de genoemde ISDE-aanvragen betrekking heeft op een hybride warmtepomp. Volgens de Kamerbrief hoeft zo’n installatie de ontwikkeling van een later warmtenet niet direct te blokkeren:
Ook gaat het in ruim de helft van de ISDE aanvragen om een hybride warmtepomp, die een warmtenet niet in de weg zit en een tussenstap kan zijn naar collectieve warmte. In één wijk kunnen bovendien meerdere verduurzamingsopties worden toegepast, passend bij de grote variatie aan woningen, gebouwen en eindgebruikers.
Bron: Kamerbrief Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte), Kamerstuk 36 576, nr. 122, 6 juli 2026.
Waar worden warmtenetten ontwikkeld?
Volgens een rapport van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie waren er begin 2026 verspreid over Nederland 151 warmtenetprojecten in ontwikkeling. Veel projecten bevinden zich in stedelijke gebieden, waaronder de Randstad, Noord-Brabant en Groningen. Daarnaast werken verschillende regio’s aan grotere warmtenetten. Zo wordt in Twente gewerkt aan een regionaal netwerk dat warmte van een lokale afvalverwerker moet gebruiken.
Gemeenten bepalen welke oplossing bij een wijk past
Gemeenten onderzoeken welke duurzame warmteoplossingen geschikt zijn voor hun wijken en buurten. Ze maken hiervoor een plan dat Transitievisie Warmte heet (in de toekomst Warmteprogramma). Hierin staat wat volgens de gemeente de beste oplossing is om elke wijk in de toekomst te gaan verwarmen.
Komt er bij mij in de omgeving een warmtenet?
Kijk hiervoor eerst op de website van je gemeente. Vaak kun je op de site vinden welke warmteoplossingen de gemeente per wijk onderzoekt en hoe concreet de plannen zijn.
Definitief vastgelegde keuzes kunnen ook terug te vinden zijn in het Omgevingsloket, via Regels op de kaart. Houd er rekening mee dat plannen die zich nog in de onderzoeksfase bevinden daar niet altijd zichtbaar zijn. Neem bij twijfel contact op met de gemeente.

Aanhoudende relevantie van de warmtepomp
Dat de ISDE-subsidie voorlopig beschikbaar blijft in mogelijke warmtenetwijken, betekent dat een warmtepomp ook daar nog niet bij voorbaat wordt uitgesloten. De plannen voor collectieve warmte kunnen veranderen, lang duren of niet voor iedere woning binnen een wijk dezelfde uitkomst bieden.
Een warmtepomp kan daarintegen het gasverbruik binnen een korte termijn al sterk verminderen of volledig vervangen, geeft meer grip op de eigen energievoorziening en kan goed worden gecombineerd met bijvoorbeeld zonnepanelen en slimme energiesturing. Ook wanneer er plannen voor collectieve warmte zijn, kan een hybride warmtepomp een praktische tussenstap zijn of kan een volledig elektrische warmtepomp voor sommige woningen alsnog de meest passende oplossing blijken.
Welke keuze het beste past, hangt af van de woning, het energieverbruik, de gemeentelijke warmteplannen en de wensen van de woningeigenaar. Wie meer duidelijkheid wil over de mogelijkheden, kan daarom het beste de eigen situatie laten beoordelen. Onze adviseurs denken graag mee over de technische geschiktheid van de woning, de verwachte besparing en het type warmtepomp dat daarbij past.