Overstappen op een warmtepomp in tijden van netcongestie

Nederland is volop bezig met de overstap naar duurzame energie, maar loopt daarbij tegen grenzen aan van het elektriciteitsnet. Nu steeds meer huishoudens van het gas af willen, blijkt in grote delen van het land de benodigde stroomcapaciteit niet vanzelfsprekend beschikbaar. De vraag dringt zich op: is investeren in een warmtepomp op dit moment dan wel verstandig?
De netcongestie
De problematiek, bekend als netcongestie, speelt inmiddels in meerdere regio’s. In de provincie Utrecht is onlangs een tijdelijke aansluitstop afgekondigd. Nieuwe of zwaardere aansluitingen zijn daar voorlopig niet mogelijk, waardoor zowel particulieren als bedrijven op een wachtlijst belanden. Ook in delen van Noord-Brabant, met name rond Eindhoven, wordt deze zomer een vergelijkbare situatie verwacht.
Warmtepomp blijft onderdeel van de energietransitie
Tegelijkertijd blijft de warmtepomp, ondanks deze beperkingen, een belangrijke pijler van de energietransitie. De technologie ontwikkelt zich snel: moderne systemen zijn efficiënter, stiller en beter geschikt voor bestaande woningen dan enkele jaren geleden. Ook groeit de vraag sterk, onder meer door stijgende gasprijzen en stimulerend overheidsbeleid. Zo is in het coalitieakkoord van 2026 vastgelegd dat vanaf 2029 de uitrol van hybride, slimme warmtepompen wordt gestimuleerd en genormeerd op locaties zonder geschikt warmtenet.

Hybride systemen als tussenoplossing
Juist nu het elektriciteitsnet steeds vaker tegen zijn grenzen aanloopt, verschuift de aandacht van alleen méér capaciteit naar slimmer gebruik van energie. In de praktijk wordt inmiddels getest hoe dit eruitziet. Een recente pilot van DACS-HW met hybride warmtepompen laat zien dat deze systemen daarin een belangrijke rol kunnen spelen. In het Drentse Dalen zijn bijna honderd hybride warmtepompen aangesloten achter één transformatorhuisje. Deze installaties zijn twee volledige stookseizoenen lang gemonitord én actief aangestuurd via een centraal platform. Dat platform ontvangt informatie van de netbeheerder over (verwachte) drukte op het elektriciteitsnet. Op basis daarvan kan het systeem tijdelijk ingrijpen. Bijvoorbeeld door:
- het elektrische vermogen van warmtepompen te begrenzen
- of in extreme situaties kortstondig uit te schakelen
De warmtevoorziening blijft daarbij gewoon op peil, omdat de gasketel automatisch bijspringt. Volgens het onderzoek werkt dit in de praktijk goed: bewoners merken er nauwelijks iets van, terwijl het net wel degelijk wordt ontlast.
Lees hier meer over het onderzoek

1- of 3-fasenaansluiting bij warmtepompen
Veel bestaande woningen beschikken over een zogenoemde eenfase-aansluiting, die doorgaans voldoende is voor lichtere toepassingen zoals een hybride systeem, denk hierbij aan een 4, 6 of 8 kW warmtepomp.
Bij volledig elektrische warmtepompen (all-electric) ligt het alleen vaak anders. Deze systemen vragen over het algemeen meer vermogen, zeker in combinatie met andere elektrische apparaten zoals een inductiekookplaat, zonnepanelen of een warmtepompboiler. In die gevallen is vaak (niet altijd) een driefasenaansluiting (bijvoorbeeld 3x25 ampère) nodig om piekbelasting op te vangen.
Hoewel all-electric warmtepompen in de praktijk dus vaak een driefasenaansluiting vereisen, zijn er ook situaties waarin een eenfase-aansluiting volstaat. Dit geldt met name voor zeer goed geïsoleerde woningen met een lage warmtevraag, bij toepassing van kleinere warmtepompsystemen of wanneer gebruik wordt gemaakt van slimme vermogensregeling. In dergelijke gevallen blijft de elektrische belasting beperkt en kan een verzwaring van de aansluiting mogelijk achterwege blijven. Een zorgvuldige berekening en een zorgvuldig advies van een installateur blijven hierbij essentieel.
Hoe verder?
Netcongestie verandert de afweging rond een warmtepomp, maar maakt hem niet automatisch een slecht idee. Wat verstandig is, hangt af van verschillende factoren zoals woningeigenschappen of regio. Juist daarom kan het helpen om samen rustig en vrijblijvend te bekijken wat in jouw situatie wél kan.